|
|
| |||||||||||||
|
| |||||||||||||||
|
| |||||||||||||||
Yoga Ademhaling (Pranayama) - Anatomie van AdemhalingDe adem is het leven; het is één van onze meest vitale functies. Eén van de vijf principes van Yoga is Pranayama, or Ademhalings Oefeningen, welke een correcte manier van ademhalen stimuleert. De juiste ademhaling moet, vanuit het Yogische oogpunt gezien, meer zuurstof brengen naar het brein en het bloed, en het moet tevens de Prana, of de vitale levensenergie, reguleren. Pranayama -de wetenschap van de Ademhaling- bestaat uit een serie oefeningen die de bedoeling hebben het lichaam in uitstekende Gezondheid te houden.
Elke enkelvoudige, ongewijzigde ademtocht bestaat uit vier verschillende stages:
De neus bestaat uit de buitense vorm en huid (welke vaak het meeste aandacht krijgt), en twee luchtdoorgangen (de neusgaten). De neusgaten verschillen voor ieder persoon van vorm en grootte. De meeste mensen ademen meer door één neusgat dan het andere. Of ze nou kort, lang, klein, recht of krom zijn, neusgaten verschillen over de gehele lengte in diameter. De boden of onderkant van neusgaten zijn vaak horizontaal, en het dak zijn meer gevormd als een boog. Een stukje bot met kraakbeen vormt het tussenschotje tussen de neusgaten. De verschillende neusholtes, waaronder de voorhoofdsholte, boven de ogen, en de kaakholtes, naast de neus, spelen verscheidene rollen bij de ademhaling, het denkproces, ziektes, en bij Yoga. De meeste mensen worden pas bewust van het bestaan van deze holtes als ze ontstoken raken, of als ze verkouden worden of aan hooikoorts lijden. Sommige holtes lijken belangrijke taken te verrichten bij het afkoelen van de hersenen. Nerveuze activiteiten gebruiken energie welke warmte genereert, dat afgeleid moet kunnen worden. net als de radiateur bij een auto kunnen de holtes dus dienst doen als het koelsysteem van de hersenen, waarin het bloed dienst doet als koelvloeistof. Schone en lege holtes resulteren in een soepeler denkproces, en een 'helder hoofd'. Diep ademhalen en de Asanas bevorderen niet alleen de oxygenatie door de longen en de bloedcirculatie in de hersenen, maar openen vaak ook de holtes, zodat u vrijer kunt ademhalen. De huid aan de binnenkant van de neusgaten bestaat vooral uit membranen, welke niet gemakkelijk uitdrogen in bewegende lucht. Ze blijven vochtig door een slijm dat uitgescheiden wordt. Dit slijm kan soms opdrogen; dan vormt het een korst die uitgestoten dient te worden. De haren in deze membranen groeien tot een soort zeef, welke vuiligheid zoals stof en kleine beestjes buiten houden. Tevens zitten er reukorganen in deze membranen, en in sommige delen zit een dik, sponsachtig weefsel, dat zich kan uitzetten. Dit gebeurt vooral tijdens een verkoudheid of een allergie; soms kan dit weefsel zo sterk uitzetten dat het het neusgat volledig afsluit. Hoewel Yoga oefeningen misschien niet voldoen om een verstopte neus volledig te genezen, kunnen ze wel helpen. De mond is ook een belangrijke luchtdoorgang, vooral als we meer zuurstof nodig hebben dan de neusgaten kunnen verwerken. Dit gebeurt als we hijgen en snakken naar adem, of als de neusgaten dicht zitten door snot of gezwollen membranen. Membranen aan de binnenkant van de mond en op de tong drogen sneller uit door bewegende lucht dan de membranen in de neus, ondanks het feit dat speeksel het vochtig behoort te houden. De orale opening kan gesloten worden door het sluiten van de lippen, door het drukken van de tong tegen de tanden of het gehemelte, en soms ook door middel van het zachte gehemelte. Aanwijzingen voor het openen en sluiten van de mond, geheel of gedeeltelijk, staan gelijk met sommige aanwijzingen voor de traditionele Yoga Oefeningen. De keelholte is de opening achter de neus- en mondholtes. Het is verbonden met de wortel van de tong, en is gelinieerd met weefsel genaamd amandelen, welke op kunnen zetten om zodoende zuurstof en eten tegen te houden. Twee Buizen van Eustachius takken af uit de keelholte en dienen ervoor de atmosferische druk in het middenoor stabiel te houden. De keelholte eindigt in de slokdarm en het strottenhoofd, in welke de stembanden en de stemspleet zich bevinden. Het strotteklepje, bovenaan het strottenhoofd, dient ervoor het strottenhoofd zodanig af te sluiten dat er geen vast of vloeibaar voedsel naar binnen kan glippen tijdens het slikken. Yogi's houden soms opzettelijk het strotteklepje dicht tijdens bepaalde oefeningen, om zodoende lucht in of uit de longen te houden. De luchtpijp, of de trachea, is een pijp die ondanks constante druk opengehouden wordt vanwege de halve ringen van kraakbeen die aan de binnenkant zitten. Aan de binnenkant zit een slijmvlies dat haarachtige cellen bevat welke omhoog bewegen, om zodoende afvalstoffen zoals slijm en stof naar de neus en mond te bewegen. Het eindigt in een splitsing in de twee luchtwegen, welke zich daarna weer keer op keer splitsen en zodoende de Bronchioli vormen. Dit zijn miniscule buisjes die leiden naar kleine luchtzakjes, genaamd alveoli of longblaasjes, waar het uitwisselen van gassen plaatsvindt. Het slijmvlies van de luchtwegen en -pijp bevatten een epitheel. Beide longen bestaan uit a) een aantal bronchioli en longblaasjes; b) bloed- en haarvaten; en c) elastisch weefsel. Deze zijn onderverdeeld in kwabben, en worden omringd door een membraan dat een vloeistof uitscheidt dat een smerende werking heeft. De longen, samen met het hart, vullen het grootste gedeelte van de borstkas, aan de zijkanten op hen plaats gehouden door de ribben, en aan de onderkant door het middenrif. Het middenrig scheidt de borstkas van de buikholte, waar het spijsverteringsstelsel zich bevindt. De borstvlies zakjes en de liniering van de borstkas zijn luchtdicht. Aangezien de enige opening de luchtpijp is, kan er lucht in en uit de longer geperst en gezogen worden door de borstkas uit te zetten of in te krimpen. Drie paar spieren zijn voornamelijk verantwoordelijk voor dit bewegen ven de borstkas. Dit zijn 1) de spieren aan de ribben; 2) de spieren tussen de ribben; en 3) de spieren rond het middenrif.
Een gemiddelde volwassene in rust haalt ongeveer 16 maal per minuut adem. Elke keer wordt er ongeveer een halve liter lucht naar binnen gezogen of uitgestoten. Aan het einde van de uitademing kan er nog eens anderhalve liter naar buiten geperst worden; er blijft dan nog ongeveer een liter lucht achter in de longen, die er niet uitgeperst kan worden. Tevens kan men na de normale inademing nog anderhalve liter extra inademen - het is dus mogelijk om het de hoeveelheid lucht die wordt in- en uitgeademt te vergroten van een halve liter tot drie en een halve liter. Niet alle zuurstof die u inademt kan uw lichaam gebruiken, want er moet lucht overblijven om de neus, mond, strottenhoofd, luchtpijp en luchtwegen te vullen. Dit is de 'dode lucht', en staat in schril contrast met de 'alveolaire lucht', welke participeren in de gasuitwisseling. Hoe oppervlakkiger het ademhalen, hoe meer dode lucht er in uw systeem zit; met andere woorden, oppervlakkig ademhalen leidt tot het behoud van meer verontreiniging. De meeste Ademhalings Oefeningen in Yoga resulteren in een verhoging van zowel de hoeveelheid als he percentage lucht dat het lichaam binnentreedt en meedoet aan het reinigende uitwisselingsproces. Normaal ingeademde lucht bestaat uit 79% stikstof, 20 tot 21% zuurstof, 0.04% koolstofdioxide, en sporen van andere gassen en verdampt water. Uitgeademde lucht bevat vaak 79% stikstof, ca. 16% zuurstof, ca. 4% koolstofdioxide en dezelfde sporen van andere gassen en verdampt water. Aangezien het percentage stikstof nagenoeg gelijk blijft, is de meest voorname verandering de 4% zuurstof die wordt omgezet in 4% koolstofdioxide. Als het percentage zuurstof dat wordt omgezet naar koolstof dioxide gelijk blijft, dan zal de totale hoeveelheid zuurstof en koolstofdioxide die per minuut wordt omgezet vergroten als er dieper wordt ingeademd. U kunt, door veel oefenen, het volume van de ventilatie vertienvoudigen. U kunt het tevens forceren zonder oefening. Wanneer u meer spieroefeningen doet, heeft het lichaam meer zuurstof nodig. Wanneer ventilatie met opzet geforceerd wordt, bevattnen het bloed en de longblaasjes meer zuurstof en minder koolstofdioxide. Eén van de doelen van de Diepe Ademhaling Oefeningen, Houding Oefeningen en rust is om het bloed en de verschillende gedeelten van het lichaam waar bloed doorheen stroomt te 'reinigen' (de verhouding tussen zuurstof en koolstofdioxide verhogen). De uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide is mogelijk door de structuur van de cellen die de longblaasjes en de haarvaten verbinden, en de wetten en processen van gasuitwisseling. Het verplaatsen van koolstofdioxide van het bloed naar de longblaasjes gebeurt door verspreiding (diffusie); hierbij verplaatst het koolstofdioxide van de verrijkte kant naar de verarmde kant. Als het bloed meer koolstofdioxide bevat dan de lucht, dan zal de koolstofdioxide zich verplaatsen (verspreiden) naar de lucht. Als de lucht erg rijk is aan koolstofdioxide zal deze uitwisseling dus beperkt zijn. In extreme gevallen kan de koolstofdioxide zelfs verplaatsen van de lucht naar het bloed; onze ademhaling is dus erg belangrijk. Een groep zenuwcellen in de Medulla, het ademhalingscentrum van de hersenen, reguleert het samentrekken en uitzetten van de spieren bij het ademhaling. Inademing gebeurt als deze cellen een signaal sturen via de motorieke zenuwen naar de betreffende spieren. Als iets (we weten niet wat) deze cellen niet toestaat om dit signaal te sturen, stopt de inademing en zal het lichaam uitademen. Blijkbaar gebruiken we geen spierenergie of kracht om uit te ademen; we stoppen slechts met inademen. Uitademing neemt dan vanzalf plaats, zonder gebruik van spieren. Aangezien alle spieren op een harmonieuze manier samentrekken, wordt dit dus allemaal gereguleerd vanuit een organiserend proces in de hersenen. Blijkbaar functioneren de cellen in de Medulla als de pacemaker cellen in het hart, aangezien zij zonder hulp van andere systemen een ritmisch patroon van ademhaling opwekken; zij zijn wel gevoelig voor verscheidenen invloeden die aanpassingen kunnen veroorzaken. Naast deze onvrijwillige regulatie van de ademhalingspatronen, bestaan er ook veel onvrijwillige reflexen, zoals stikken, niezen, hoesten en slikken. Het is vrijwel onmogelijk adem te halen tijdens het doorslikken van eten. Er zijn nog andere reflexen, zoals het opeens inhouden van de adem vanwege het ruiken van ammoniak of vergelijkbare chemicalieen. Als de luchttoevoer afgesloten wordt snakt u automatisch naar adem. Emotionele opwinding, angst, woede, enthousiasme stimuleren allemaal de ademhaling, net als een plotseling opkomende hitte of kou. Er zijn vrijwillige manieren om de ademhaling te reguleren. U kunt bijvoorbeeld opzettelijk dieper ademhalen of de ademhaling tijdelijk stopzettenzulke directe controle kan aangevuld worden door indirecte, opzettelijke controle, zoals wanneer we dansen, kussen, drinken, roken of zingen. U kunt een stuk rennen, zodat u buiten adem bent, waarna u makkelijker adem haalt, vanwege de zware oefening. Een deel van het belang van het onderscheiden van vrijwillige en onvrijwillige controle over de ademhaling is dat Yoga Oefeningen in eerste instantie erop gericht zijn de ongezonde onvrijwillige patronen te doorbreken en meer gezonde patronen te creeeren. Waar spanning hinderlijk kan zijn voor het diepe, regelmatige ademhalen, kan het opzettelijk tegenwerken van deze hinderlijke elementen uw spontane en ongehinderde ritmische patronen herstellen. Dit artikel werd aangeleverd door: www.holistic-online.com. |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||